Terug naar Hoe vang ik:

Harder

Spread the love

Harder

Harder



Ik was een jaar of 10, toen ik in een haven in Zeeland grote, voor mij onbekende, vissen zag zwemmen. Ik had een spinhengel bij me waarmee ik, met een dobber en een stukje spek, geep probeerde te vangen. Dit lukte niet goed en uit verveling liep ik een stukje langs de haven. Een oudere man, die ook bij de haven stond, vertelde mij dat de vissen die ik zag zwemmen harders waren. “Deze zijn niet met de hengel te vangen”, zei hij. Eigenwijs als ik was, probeerde ik de harders toch te vangen. Helaas kreeg de man gelijk. Tenminste: het lukte die dag niet om de harders te verleiden met een stukje spek.

Een paar jaren later was ik weer in dezelfde haven. De harders waren ook weer aanwezig. Een flinke school zwom een meter of 20 uit de kant. Het viel mij op dat de harders van een stuk brood aten, dat op het water dreef. Ik kon mijn ogen niet geloven. Een zeevis eet toch geen brood? Dus wel!

Natuurlijk had ik op dat moment geen brood bij me. Het grote stuk brood dat in het water dreef, heb ik toen met moeite te pakken kunnen krijgen. Toen ik het eindelijk uit het water had en een stukje als aas wilde gebruiken, was er geen harder meer te zien.
Wat had ik nu van deze belevenissen geleerd? Een paar dingen:

In de eerste plaats eten harders, hoewel vaak anders beweerd, niet alleen algen. In ieder geval zijn er harders die brood lusten.

In de tweede plaats had ik geleerd dat harders behoorlijk schuw zijn. Ik probeerde het brood, dat in het water dreef, met mijn geepdobber naar mij toe te halen. Binnen een paar minuten was er geen harder meer te bekennen. Ook na een paar uren waren ze nog niet terug.

De volgende dag ben ik uiteraard teruggegaan naar de haven. De harders waren er ook weer. Toen ik aankwam bij de waterkant, zag ik een paar harders snel wegzwemmen. Deze zaten dus even daarvoor vlak tegen de kant. Een tiental meters van de waterkant af, maakte ik mijn hengelspullen in orde. Als dobber gebruikte ik een gewone geepdobber en als aas natuurlijk een stukje brood.

En ja, hoor!! Onmiddellijk ving ik tientallen harders achter elkaar……… maar niet heus! Geen enkele harder schonk aandacht aan het stukje brood dat ik als aas gebruikte. Ze zwommen er wel pesterig dicht langs, maar raakten het niet aan.

Toen ik aan het einde van de dag een flinke hoeveelheid brood in het water gooide, kregen de harders ineens wel enige interesse voor een hapje van dit voer. Eerst proefde er eentje voorzichtig aan het grootste stuk brood dat op het water dreef. Korte tijd later hapte de ene harder na de andere toe. Eindelijk….. eindelijk hapte er een harder in het stukje brood dat aan mijn haak zat. Een hevig gevecht volgde. De grootste zeevis die ik tot dan gevangen had, was een geep, dus dit was een hele belevenis voor mij.

Het duurde nog een hele tijd voor ik de vis op de kant had. Wat me opviel, was dat de harder sterker leek dan menig karper die ik in zoetwater had gevangen. Ook had ik de slip van de molen blijkbaar te licht afgesteld. De harder nam daardoor een aantal keren een flink stuk lijn mee. Tijdens de dril heb ik de slipmoer wat vaster gezet, iets wat je eigenlijk beter niet kunt doen.

Ik heb de harder voorzichtig onthaakt en teruggezet. Ik heb hem niet opgemeten, maar hij was zeker de 50 cm gepasseerd.

Toen ik de harder had teruggezet, was het meteen duidelijk dat de rest van de school was verdwenen. Een paar uur laten waren ze nog niet terug. Ik heb het toen die dag maar voor gezien gehouden en ben naar huis gegaan.

Vooral plaatsen in de buurt van havens zijn goede harderstekken. Doordat er in de havens regelmatig afval overboord gaat in de vorm van brood of visresten, komen de harders hier regelmatig voedsel zoeken. Van nature eten harders inderdaad onder andere algen. Maar de harder is een van de weinige vissoorten die zich zeer goed aan de omstandigheden kan aanpassen. Wanneer er op een bepaalde plaats veel visafval in het water wordt gegooid, is dat op die plaats het aangewezen aas. Gewoon een stukje vis dus.
Op andere plaatsen zorgt brood voor een beter resultaat. Dit is vaak op plaatsen waar veel mensen komen die brood in het water gooien voor meeuwen of andere vogels.

Wat op sommige plaatsen ook een goed aas is, is groene veertjes. Dit zijn dezelfde veertjes als aan een makreelpaternoster. Ook kleine zagertjes, garnalen, kaas, mossel, zeepier en steurkrabben zijn op sommige stekken een goed aas. Keuze genoeg dus.

Wat het beste aas is, hangt af van de plaatselijke omstandigheden. Neem dus altijd meerdere soorten aas mee. Wanneer we regelmatig op de stek komen, kunnen we de harder laten wennen aan ander aas. We kunnen bijvoorbeeld iedere keer wat brood in het water strooien. Na verloop van tijd zal de harder het brood als voedsel accepteren en kan het als aas worden gebruikt.

Als hengel kunnen we gewoon een karper- of spinhengel nemen. Ook een speciale geep- of zeebaarshengel voldoet prima. Een lichte strandhengel kan ook, maar is eigenlijk te zwaar voor het vissen op harder. Dit heeft vooral met de manier van vissen te maken. We vissen namelijk met een dobber. Dit moet geen geepdobber zijn, maar gewoon een slanke pen. Eentje die we ook voor het zoete water gebruiken.

De lijn zal ongeveer 25/00 dik zijn. Iets dunner kan ook, maar doe dat alleen als er geen opstakels in de buurt zijn en als we de harder gemakkelijk kunnen landen.

Stel de slip van de molen zeer goed af. Dit is echt heel belangrijk, omdat de harder zich niet gauw gewonnen geeft.

De haak moet dun en vlijmscherp zijn. De harder is namelijk vrij schuw en we zullen ook de nodige missers krijgen.

Deze manier van vissen lijkt op karpervissen in zoet water. Zo moeten we het ook eigenlijk zien. Wanneer we de harder als een karper beschouwen, vissen we eigenlijk al automatisch op de juiste manier. We moeten ons namelijk ook bij het hardervissen zeer rustig moeten gedragen. Plotselinge bewegingen kunnen de harders gemakkelijk verjagen. Het duurt dan vaak een hele tijd voor ze weer terug zijn. Ook niet te opvallende kleding kan helpen om de harder in de buurt te houden.

Gooi af en toe wat aas als lokvoer in het water. Stel de dobber zo af, dat het aas ongeveer een meter onder het wateroppervlak wordt aangeboden. Werp dan zo ver mogelijk. Het liefst over de plek heen waar de harders zich bevinden. Dan kunnen we lijn rustig wat indraaien naar de veelbelovende plek. Zo schrikken de harders niet van de landing van de dobber en het aas.

bron:www.zeevissen.org

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.visbeleving.nl/hoe-vang-ik/harder/

Geef een reactie