Pagina afdrukken

Minimummaten zeevissen, Minimummaten vissoorten,

Spread the love

Voldoet ruimschoots aan de minimummaten terug gooien zou zeer dom zijn!

Minimummaten zeevissen, Minimummaten vissoorten

Minimummaten zeevissen in kust en zeewater:

Bron:www.sportvisserijnederland.nl

Op grond van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 gelden er voor de volgende soorten de volgende minimummaten:

BESCHERMINGS Maatregelen ZEEBAARS.

Op 29 januari zijn toch nog vrij onverwacht zwaar beperkende maatregelen ingevoerd door de Europese Commissie die de visserij op zeebaars praktisch stilleggen. Sportvissers mogen tot 1 juli geen zeebaars meer meenemen, er wel op vissen maar er geldt “Catch en Release”. Na 1 juli mag er per dag nog maar 1 zeebaars door sportvissers worden meegenomen, waarbij de minimum maat (al sinds vorig jaar overigens) 42cm is. De boetes bij overtreding liggen erg hoog omdat het een economisch delict is als je met zeebaars of ondermaatse zeebaars wordt aangetroffen en gelden zowel voor de kantvisserij als voor het vissen met de boot. Ook in het Noordzeekanaal en andere riviergebieden.

Minimummaten zeevissen:

•paling (aal) 28 cm
•bot 20 cm

Let op: elke paling die wordt gevangen bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee moet direct levend worden teruggezet. Ook is het verboden om paling in bezit te hebben bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee. Overtreding van dit verbod is een economisch delict. De minimummaat is dus niet van van belang voor sportvissers, maar wel voor vissers die met beroepsvistuigen mogen vissen.

Op grond van Europese wetgeving gelden voor de hierna genoemde vissoorten de volgende minimummaten: (Minimumaat gemeten van kop tot staart)

•Kabeljauw 35 cm
•Schelvis 30 cm
•Zwarte koolvis 35 cm
•Witte koolvis 30 cm
•Heek 27 cm
•Tongschar 20 cm
•Tong 24 cm
•Schol 27 cm
•Wijting 27 cm
•Leng 63 cm
•Blauwe leng 70 cm
•Zeebaars 42 cm
•Haring 20 cm
•Horsmakreel 15 cm
•Sardine 11 cm
•Zeekreeft 85 mm
•Makreel 30 cm
•Ansjovis 12 cm

Het gaat hier om dwingende internationale regels die zich richten tot alle inwoners binnen de Europese Gemeenschap. Om werking te krijgen moeten deze regels nog wel worden “doorvertaald” in nationale wettelijke regels. Dit is gebeurd door in artikel 6 van de “Regeling technische maatregelen 2000” een verbod op te nemen om ondermaatse mariene organismen voorhanden te hebben.

De “Regeling technische maatregelen 2000” is gebaseerd op artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het “Reglement zee- en kustvisserij 1977”. Het “Reglement zee- en kustvisserij 1977” is weer gebaseerd op de (artikelen 2, 3a, 4 en 9 van de) Visserijwet 1963.

Economisch delict

Volgens artikel 1, sub 4 van de Wet op de economische delicten is overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3a en 4 van de Visserijwet 1963 een economisch delict. Het voorhanden hebben van de zojuist genoemde vissoorten die nog niet de minimummaat hebben bereikt, is dus een economisch delict.

Voor bepaalde vissoorten geldt wettelijk een minimummaat. Vangt iemand een vis van één van deze soorten en heeft deze nog niet de minimummaat dan moet die vis altijd direct in hetzelfde water worden teruggezet. Het tijdelijk bewaren van een ondermaatse vis is dus ook niet toegestaan, ook niet tijdens wedstrijden. De Minister van EL&I kan eventueel ontheffing verlenen van de verplichting om ondermaatse vis direct terug te zetten bijvoorbeeld voor onderzoek.

Minimummaten zoetwatervissen:

•Aal/Paling 28 cm
•Baars 22 cm*.
•Barbeel 30 cm.
•Beekridder 25 cm.
•Bot 20 cm.
•Forel** 25 cm.
•Kopvoorn 30 cm.
•Rietvoorn 15 cm.
•Serpeling 15 cm.
•Sneep 30 cm.
•Snoek 45 cm.
•Snoekbaars 42 cm.
•Vlagzalm 35 cm.
•Winde 30 cm.
•Zeelt 25 cm.

** bron-, beek- en regenboogforel

* Er geldt een uitzondering voor ondermaatse baars die wordt gebruikt als aas. In art. 7 van het “Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985” is namelijk bepaald:

“Degenen die bevoegd zijn tot het vissen met de hengel, is het in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 juli tot en met de laatste dag van februari tot een hoeveelheid van ten hoogste 30 stuks te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt”.

N.B. een visrechthebbende kan in de voorwaarden van zijn schriftelijke toestemming een hogere minimummaat of een meeneemlimiet vaststellen of bepalen dat vissen van bepaalde soorten altijd direct moeten worden teruggezet.

N.B. voor vissoorten waarvoor een minimummaat is vastgesteld, geldt een fileerverbod omdat door vis te fileren de maat van de vis niet meer is vast te stellen. Het is daarom verboden om op of in de nabijheid van enig water vis waarvoor een minimum maat geldt, voorhanden te hebben als deze vis in zodanige toestand is gebracht, dat daardoor de vaststelling van de maat wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt (art. 5 Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985).

Minimummaten zeevissen,  Minimummaten vissoorten, Minimummaten zeevissen,  Minimummaten vissoorten,

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.visbeleving.nl/minimummaten-zeevissen-minimummaten-vissoorten/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>